startpagina >> basisopleidingen >> graduaat orthopedagogie >> praktijk
Graduaat orthopedagogie: praktijk tijdens de opleiding
gespecialiseerd begeleider/opvoeder klasse A1
Verwachtingen algemeen
De opleiding Graduaat Orthopedagogie verloopt via een theoretische reflectie op de
ortho-pedagogische
(kinderen en jongeren) en ortho-agogische (volwassenen) praktijk.
Wanneer men wil inschrijven voor
een module Gesuperviseerde Beroepspraktijk
betekent dit dat men tewerkgesteld is (via een
arbeidsovereenkomst of praktijk presteert
buiten een bezoldigde arbeidsovereenkomst) binnen het
welzijnswerk. Hiervoor komen
verschillende werkterreinen binnen de de brede welzijnssector in
aanmerking:
Kindertehuizen, homes voor jongeren, rusthuizen, gezinsvervangende en bezigheids-
of nursinghuizen,
medisch-pedagogische instituten, beschutte werkplaatsen, revalidatiecentra,
crisisopvangcentra,
observatie- en behandelingstehuizen, kortverblijf en halfwegtehuizen,
dagcentra, begeleid, beschut
en zelfstandig wonen, schoolinternaten, kinderdag- en
nachtverblijven, naschoolse opvangcentra,
onthaal- of pleeggezin, gezinnen (vroegtijdige
begeleiding of nazorg), buurtwerk, werkvormen
binnen het ambulante welzijnswerk en
het buitengewoon onderwijs,…
Deze lijst is niet volledig. Wanneer er zich andere werksituaties aandienen, moeten die
besproken
worden met de leraar beroepspraktijk.
Per module Gesuperviseerde Beroepspraktijk moet men minimum 225 uren praktijk
presteren en
dit gespreid tussen de eerste en de laatste lesdag van het semester.
Wanneer men ervoor kiest
2 modules Gesuperviseerde Beroepspraktijk op te nemen
in 1 semester, presteert men minimum
450 uren in dat semester.
De cursist zoekt zelf een werksituatie. Een adressenlijst van voorzieningen in de
welzijnssector
kan daarbij een hulp zijn. Dit kan je terugvinden op: www.soka.be
Hou er rekening mee dat de meeste werksituaties een Getuigschrift goed zedelijk
gedrag
vragen. Vraag dit getuigschrift tijdig aan want de procedure kan een tijdje duren.
De cursist zoekt vooral een werksituatie waarin hij/zij zich goed voelt (qua taakomschrijving,
werkbelasting, periode, doelgroep, verplaatsing, bezoldiging, kostenvergoeding, blokverlof).
Vanuit de opleiding stellen wij enkele bijkomende verwachtingen.
Bijkomende verwachtingen t.a.v. de praktijksituatie
- De praktijksituatie situeert zich in de (ortho)(ped)agogische sector.
(zie hoger de mogelijke werkterreinen)
- Een praktijksituatie waarin familie in een hiërarchische functie staat, kan niet.
- De cursist wordt gesuperviseerd door een begeleider uit de werksituatie.
- Men krijgt voldoende taken die aansluiten bij het profiel van de opvoeder
graduaat orthopedagogie. Hiermee bedoelen we dat we verwachten dat de
cursist werkzaam is in een praktijksituatie:
- Waar men voldoende begeleidingswerk doet.
Concreet betekent dit dat men voldoende contacturen heeft met de cliënten in
de dagdagelijkse leefsituatie (vb. in verzorgings-, spel- en aandachtsmomenten)
en/of in individuele begeleidingsmomenten en/of in groepssituaties. Indien men
uitsluitend praktisch of administratief werk doet is dat dus niet voldoende.
- Waar men samenwerkt.
Concreet betekent dit dat men vanuit een zelfstandig functioneren kan samenwerken
met directe collega's, directie en derden (vb. therapeuten, leerkrachten, ouders,
het vrijetijdsmilieu, bestuursorganen,... ) in vergader-, overleg- en overdracht-
momenten. Solojobs raden we af, zeker in het begin van de opleiding.
- Waar men in zekere mate betrokken wordt bij het beleid.
Concreet betekent dit dat de cursist de verschillende beleidskanalen leert kennen
van de organisatie en deze stilaan ook op een actieve manier leert gebruiken.
- Waar er openheid voor vorming is.
Concreet betekent dit dat de cursist kan omschrijven wat de vormingsnoden zijn in
de werksituatie; dat men aan het bestaande vormingsaanbod participeert en dat de
cursist verantwoordelijkheid opneemt voor zijn/haar eigen vorming.
De hierboven geformuleerde verwachtingen spreiden zich over de gehele opleiding. De leraar
beroepspraktijk zoekt samen met de cursist hoe hij/zij aan deze verwachtingen kan voldoen
en maakt hieromtrent concrete afspraken.
Verwachtingen omtrent de supervisie door de werkbegeleider.
- De werkbegeleider moet de cursist voldoende kennen. Hij moet een vast personeelslid
zijn of tenminste als verantwoordelijke aangesteld zijn. Hij staat bij voorkeur in een
hiërarchische functie t.o.v. de cursist.
- Wij verwachten dat de werkbegeleider gedurende een semester minimum één intern
begeleidingsmoment met de cursist heeft.
- Collega's die zelf nog een basisopleiding volgen of die familie zijn, kunnen geen
werkbegeleider zijn.
Gelieve na te gaan of de hoger geformuleerde verwachtingen in de gekozen
werksituatie
kunnen gerealiseerd worden.
Om de directie van de voorziening duidelijk in te lichten over onze visie m.b.t. opleiden
en begeleiding
in de werksituatie vindt men in de infobrochure die men bij inschrijving krijgt een brief gericht
aan de directie. Het is belangrijk dit document te overhandigen aan de directie.
Bij bovengenoemde brief aan directie is ook een Overeenkomst Beroepspraktijk
gevoegd. We raden aan de overeenkomst te gebruiken, dit creëert immers meer
duidelijkheid voor beide partijen.
Welzijn op het werk voor cursisten die hun praktijk buiten een
arbeidsovereenkomst presteren
Cursisten die in het kader van hun opleiding stage lopen/ onbezoldigd beroepspraktijk doen
vallen onder de
regelgeving m.b.t. het welzijn op het werk voor stagiairs. Cursisten die werken
met een arbeidsovereenkomst
in een organisatie, vallen hier niet onder.
De regelgeving verplicht de onderwijsinstelling (hier CVO VSPW-Kortrijk) om een dossier op te stellen
dat
per cursist volgende documenten bevat:
- risico-analyse: op te maken door de werkgever waar de cursist onbezoldigde
praktijk doet;
- beschrijving van de werkpost en de te nemen preventiemaatregelen: op te maken
door
de werkgever waar de cursist onbezoldigde praktijk doet;
- een kopie van het doktersattest waaruit blijkt dat de cursist medisch goedgekeurd is.
Dit dient afgeleverd te worden door een arbeidsgeneeskundige dienst.
- Ofwel opteert de praktijkplaats ervoor om dit te laten plaatsvinden binnen
de eigen
arbeidsgeneeskundige dienst. In dit geval draagt de praktijkplaats
zelf de kosten.
- Ofwel stelt de praktijkplaats de vraag aan de CVO VSPW-Kortrijk om dit te organiseren.
In dit geval
gebeurt het onderzoek door de arbeidsgeneeskundige dienst
van CVO VSPW-Kortrijk en draagt de overheid de kosten.
Tijdens de startvoormiddag
zal uitgelegd worden hoe dit wordt georganiseerd en wat u
als cursist moet doen.
- Een kopie van de vaccinatiekaart van de cursist
Voor verdere vragen kan u steeds terecht bij de preventieadviseur van CVO VSPW-Kortrijk:
Isaline Amerlynck.
Tot slot
Indien u nog vragen hebt in verband met de opleiding kan u
steeds contact opnemen met Pieter Stock, opleidingscoördinator.